HAIL – Eigenlijk kan het niet, dat Roger Grouwels ook na de loodzware marathon-etappe nog steeds meedoet in de Dakar Rally. Want wat hij en zijn navigator Rudolf Meijer woensdag en donderdag hebben meegemaakt, leek een recept voor gegarandeerde uitval. Maar nee. Het duo van het Shiver Offroad-team doet wonder boven wonder nog steeds mee in het Ultimate-klassement.
De uitslagen? Woensdag 63ste, donderdag 50ste. Nee, dat was niet geweldig, erkende Grouwels, maar o, wat was hij blij dat hij het bivak in Hail gehaald had. “Twee zware dagen. Zware dagen ook voor het klassement.”
En dat begon woensdag al bij kilometer 128 van de special. “Daar hebben we ons in een zandbed op een doodlopend spoor vastgereden. Toen dachten we: we rijden terug naar het goede spoor, maar dat ging niet. We dachten dat we ons ingegraven hadden. Toen we waren uitgestapt bleek dat de koppeling eruit was geknald. Dit is einde verhaal, dachten we.”
Een dag van afzien
Gelukkig bleek het uiteindelijk niet zo erg. Maar een dag van afzien resteerde. “We hebben er zitten wachten op de servicetruck. Die kwam na drie uur aanrijden. Die heeft ons uit onze benarde positie weggetrokken en moest toen weer door.”
“Met de spullen die we van de servicetruck gekregen hadden hebben we alles zo goed mogelijk proberen te fiksen en om 17.00 uur konden we verder. Toen moesten we nog meer dan 250 kilometer door het donker naar het bivak. Daar kwamen we pas om 21.30 uur aan.”
Overlevingspakket
Daar kregen Grouwels en Meijer als een van de allerlaatsten een tentje, matrasje en slaapzak en een overlevingspakket uitgereikt. “Appeltje erbij, appelsapje. En toen lekker in de kou overnachten. Het koelt heel snel af in de woestijn. Vorig jaar had ik ijskoude voeten. Ik dacht: dat gaat me dit jaar niet meer gebeuren. Dus had ik thermo-ondergoed en dikke wollen sokken aangedaan. Ik heb het niet koud gehad.”
De auto intussen zo goed en zo kwaad als het ging gerepareerd, konden ze donderdag zowaar hun weg vervolgen. “Vanmorgen moesten we als laatste starten. Alle paden waren helemaal aan gort gereden. De trucks hadden gigantische sleuven gemaakt, stenen waren afgebrokkeld. Erger kon het gewoon niet. En dan reden we ook nog eens in het stof van buggy’s voor ons.”
Koppeling en banden in ere houden
Dat was dan nog niet het ergste. Grouwels: “Iedere keer als we moesten stoppen, sloeg de motor uit. Dat was gisteren (woensdag, red.) en vandaag ook nog zo. Rustig rijden, de koppeling en de banden in ere houden. Het was een heel riedeltje waarmee we rekening moesten houden, anders konden we weleens uitvallen.”
Maar wacht, er was nog meer! “Bij kilometer 150 reden we twee banden lek en vervolgens moesten we nog 250 kilometer met een halve koppeling alles uitrijden, maar we hebben het gered. We zitten nog in de race. We zijn blij en opgelucht dat we nog meedoen. Het zat allemaal op het randje.”