Eindeloze duinen in etappe 6 Tuareg Rally

b_600_0_16777215_00_images_14-TUAREG-RALLY_2019_22_03_TRG19_22_3_1221.jpg

In de briefing werd het al gezegd en het roadbook toonde ook best wat duinen in de zesde etappe van de Tuareg Rally, maar het waren er uiteindelijk veel meer dan de deelnemers vooraf hadden gedacht.

“Er kwam geen einde aan de duinen”, riep de Duitser Stefan Laschinger bij aankomst in het bivak in Taghit. “Elke keer als ik dacht dat er nu wel een stukje piste zou komen, en we even rust zouden krijgen, werden we weer de duinen in gestuurd.”

“Het was dodelijk vermoeiend, al die duinen”, vond Abdelkader Mebarki. “Ik was bekaf aan de finish.” De Algerijn strijdt nog mee voor winst, maar zag Arunas Gelazninkas uit Litouwen weer verder uitlopen.

Niet voor niets was er een tankstop op ongeveer 40 kilometer in de etappe. Voor veel motorrijders en ssv’s was de etappe van 170 kilometer toch net ietsje te lang: duinen zijn benzineslurpers. Het was ook niet zo dat de rijders in de kopgroep minder benzine hadden meegenomen. Minder benzine meenemen betekent lichter in gewicht en dus kom je makkelijker en sneller door de duinen, maar dat was dus niet het geval.

“Ik had de tanks helemaal vol en heb op de tankstop ook de maximale 3 liter meegenomen”, vertelde Mathieu Delmotte. De Belg heeft een uurtje goed te maken om in de top 3 te finishen, dus een risico nemen was goed te verklaren geweest.

Delmotte kwam in de duinen zonder benzine te staan en kreeg een lift achterop bij Wouter de Graaff naar de finish, waar hij van de bemanning van de controlepost een litertje brandstof kreeg. De Italiaan Alessandro Barbero was zo aardig om Delmotte terug te brengen naar zijn motor. “Met die motorlaarzen aan is een kilometer door de duinen in de brandende zon een workout waar ik niet zo op zat te wachten, dus ik ben zowel Wouter als Alessandro veel dank verschuldigd.”

De Graaff had aan de finish nog een klein litertje over. Hij zag het in het begin van de etappe in de duinen al aankomen. “Ik heb heel bewust niet in de sporen gereden, maar ben mijn eigen koers gevaren. In de sporen rijden kost meer vermogen om boven te komen, omdat het zand zachter is. Dat kost dus meer brandstof. Ik heb maar een kleine tank op mijn Hondaatje en wilde niet in de problemen komen, dus ik heb slim gereden.”

Klassementsleider Arunas Gelazninkas kwam evenmin zonder brandstof te staan, net als de andere twee motorrijders in de top 3, Abdelkader Mebarki en Dominique Robin, maar veel had hij ook niet over. “In de eerste 40 kilometer duinen heb ik rustig aan gedaan om mezelf, de motor en de brandstof te sparen. Ik rijd altijd buiten de sporen en dus zuinig.” Vanaf kilometer 64 reed de Litouwer samen met Robin, maar in de laatste sectie (hoge) duinen reed hij weer weg bij de Fransman.

Ook in andere klassen waren er problemen met het brandstofverbruik. De Duitser Manfred Eichner reed aan de leiding bij de side by sides toen zijn voertuig ermee ophield. “Het verbruik is gewoon te hoog in de duinen”, concludeerde hij na afloop. “Ik had alles volgetankt, ook de twee reservetanks van elk 5 liter, maar toen ik die al moest gebruiken met nog 60 kilometer te gaan, wist ik al dat ik het niet zou halen. We zijn met samengeknepen billen verder gereden, maar 3 kilometer voor de finish was het ‘schluss’, helaas.”

De Polaris van Wim Vanmassenhove reed ook op de laatste druppels, dus de Belg kon niets missen. De redding voor de Duitsers kwam van een Algerijn die als toerist met een quad door de duinen reed om te kijken. Hij regelde een paar liter benzine en bracht die naar de nummer 213, die zonder de brandstofproblemen de etappe vrijwel zeker had gewonnen en daarom nog veel meer baalde. In plaats daarvan ging de dagzege opnieuw naar Gunnar Björnsson.