Motorrijders hebben een snelle maar rustige dag

b_600_0_16777215_00_images_05-MDC_2017_170417_Stage1_MDC17_17_04_Leg10151.jpg

De tweede etappe van de Morocco Desert Challenge gaf de motorrijders een beetje een adempauze na het geweld van de eerste dag. De route van Icht naar Foum Zguid over 361 kilometer was ongeveer even lang, maar aanzienlijk sneller en minder moeilijk. Kim de Rycker noteerde zijn tweede dagzege.

Maikel Verkade (105): Het was een snelweg

“Er is altijd wel iets te klagen”, grinnikte Maikel Verkade bij aankomst in het bivak bij Foum Zguid. “Gisteren waren het te veel stenen, vandaag was het te veel een snelweg. Ik heb veel te lang vol gas gereden naar mijn zin. De gemiddelde snelheid was tegen de 100 kilometer. Maar daar staat tegenover dat we lekker op tijd binnen zijn.”

Mark Smits (106): We hebben ons verkeken op de afstanden

Op de eerste dag ging het iets te hard voor Mark Smits. Hoewel de gemiddelde snelheid op dag 2 veel hoger lag, had hij er nu minder moeite mee. “Ik heb vrijwel de hele dag alleen gereden en dan kan ik mijn eigen tempo aanhouden. Dat werkt veel beter”, vertelde Smits. Onderweg stopte Smits bij zijn Marokkaanse teamgenoot Harite Gabari, die zonder benzine stond. “Ik heb hem wat van mij gegeven, maar achteraf gezien was dat niet zo verstandig. We hebben ons verkeken op de afstanden, dachten dat er kortere afstanden van tankstop naar tankstop zouden zijn. We hebben gerekend op ongeveer 180 kilometer, maar de tankstops liggen op ongeveer 200 kilometer. Er mag dus niets mis gaan in de zin van verkeerd rijden, want dan hebben we tekort. We hebben op onze Hondaatjes maar kleine tanks, en maar vijf versnellingen. Die grote rally replica’s hebben 28 of 32 liter en zes versnellingen. Die halen makkelijk snelheden van 150 kilometer op zo’n snelle proef als vandaag. Ik hooguit 110, 120. Het is elke keer met hangen en wurgen dat we de tankstop halen.”

Ook zoon Rob had daarmee problemen. Hij had de reservetank nodig, maar de benzine daaruit moet hij handmatig overpompen naar de grote tank. Dat kostte hem tien minuten en dus een betere klassering.

Harite Gabari (101): Voorsprong teniet gedaan door lege benzinetank

Harite Gabari had al een voorsprong van 14 minuten opgebouwd toen hij stil kwam te staan in de tweede etappe: benzine op. “Ik heb twee tanks van 16 liter. Dat zou ruimschoots genoeg moeten zijn, ware het niet dat er een probleem is met de achtertank en dat de voortank te snel leeg is”, vertelde de Marokkaan. “Ik ging zo lekker. Het duurde 14 minuten voor de nummer 2 kwam en pas na meer dan een half uur stopte Mark Smits bij me om te helpen. Ik haalde er de tankstop net niet mee en moest de laatste kilometer de motor duwen. Het was wel jammer, want ik had goede kansen gehad vandaag denk ik.”

Jeroen van Oers (145): Een beetje roestig

Kistrijder Jeroen van Oers nam er zijn gemak van na aankomst in het bivak. De kistrijders hebben geen monteur bij zich die het onderhoud aan de motor doen: zij moeten alles zelf doen. Met de harde wind die enorme stofwolken over het bivak joeg, had Van Oers nog even geen zin om aan de slag te gaan. “Eerst even een reepje en met de benen omhoog”, zei hij. “Ik merk wel dat het vijf jaar geleden is dat ik voor het laatst een woestijnrally heb gereden. Het is allemaal een beetje roestig. Ik merk dat ik moeite heb met de snelheid in combinatie met navigeren. Ik zie het gewoon niet meer allemaal zo snel. Dat is ook een kwestie van wennen aan het ritme. Ik heb lekker gereden vandaag en gelukkig heb ik weinig geleden van de etappe van gisteren, maar ik ben wel heel blij dat ik vroeg binnen ben en nu even wat extra rust kan pakken.”