Becx wint eerste etappe na crash Ourednicek

De eerste etappezege van de Morocco Desert Challenge is verrassend naar Michiel Becx (304) gegaan. Becx zou tweede zijn geworden als de winnaar van vorig jaar, de Tsjech Tomas Ourednicek (301) niet 200 meter voor de finish was gecrasht. De Southracing Ford sloeg op volle vaart over de kop. Maik Willems (302) kwam met de vijfde tijd over de finish van de 77 kilometer lange eerste etappe. Martijn van den Broek (323) reed knap de zevende tijd.

b_600_0_16777215_00_images_05-MDC_2018_04_15_MDC2018_1504_TB-8516.jpgMichiel Becx: “Omdat deze auto niet is gebouwd voor wedstrijden als deze, was ik in het begin een beetje bang voor de stenen, maar dat ging best goed. Het slot was ideaal voor ons: 25 kilometer plankgas op het strand, daar is deze buggy dan weer wel voor gemaakt. Het was geen moeilijke etappe, ook niet lang met 77 kilometer, maar alles zat erin. Zelfs zoveel waterdoorwadingen – en diepe bovendien – dat het water in mijn broekzak stond. Om er weer even in te komen was dit een perfecte proef. Een fijn beginnetje zo, met ook nog eens een mooi resultaat.” 

Tomas Ourednicek: “Het was kort voor de finish, we reden plankgas: 180 km/u. We hadden de ogen letterlijk op de finish gericht en zagen daardoor een afstapje over het hoofd. Dat stond ook niet in het roadbook. Voor we er erg in hadden, sloeg de auto over de neus en vlogen we door de lucht. Ik had het liever niet bevestigd, maar het is echt zo: als je over de kop vliegt, gaat alles in slowmotion. Ik heb mijn handen tegen mijn borst gedrukt en heb me klein gemaakt. Ik weet niet hoe vaak we over de kop zijn gegaan; ik heb gehoord vijf tot zeven keer. De auto is total loss. Die kunnen we afschrijven. Maar gelukkig is met ons alles goed. Een beetje spierpijn en stijf; dat zal morgen wel erger zijn.”

Maik Willems: “Ik houd niet van deze dagen, van dat jakkeren en jagen. We hebben best aardig doorgereden, maar als anderen harder willen, moeten ze dat vooral doen. Ik heb er geen probleem mee dat Becx me voorbij kwam hoor. Ik zie ‘m wel terug in het zand.”