Spierings als een dolle over het strand

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2019_01_11_DKR19_01_11_Stage5_0002.jpg

Met de 37ste plaats in de vijfde etappe heeft Paul Spierings de eerste week van de Dakar Rally keurig afgesloten. Het tweede deel van de marathonetappe was de Dakar-debutant uitstekend bevallen. “Die massastart op het strand: geweldig! Ik ben als een gek van start gegaan, meteen langs de vloedlijn en poken met dat ding. Toen ik even keek, reed ik 166.”

Na een wat ongemakkelijke nacht in het marathonbivak – een stadionnetje waar de motorrijders met zijn allen in een sportzaal op matjes de nacht doorbrachten – was Spierings gretig om te vertrekken. “Mijn nek deed pijn, mijn rug deed pijn, maar daar wilde ik mijn dag niet door laten verzieken. Toen ik op het strand stond en de eerste vier groepen had zien vertrekken, dacht ik: ‘maar ik ga geen stofhappen. Dit wordt mijn dag.’ Toen ik na een paar kilometer poken omkeek, zag ik helemaal niemand meer. Ik heb ze allemaal los gereden.”

Ook in de duinen verderop in de 345 km lange special hield Spierings, met een groepje van een man of zes, de gang erin. “Dat was maar goed ook”, vertelt hij. “Er lagen twee diepe glooiingen, een soort greppels, die niet duidelijk in het roadbook stonden aangegeven. Ik ging er vol gas over en raakte nog net het randje. Had ik 10 km/u langzamer gereden, dan had ik anderhalve meter diep in een gat gelegen.”

Na nog een lange rit naar het bivak, van tegen de vier uur, kwam Spierings tevreden aan in Arequipa, waar zaterdag de rustdag is. “De motor is heel, ik ben heel: ik ben blij!”