Gerben Lieverdink vinkt vervelende dag af

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2019_01_10_DKR19_01_10_Stage4_0558.JPG

Geen juichende Gerben Lieverdink aan de finish van de vierde etappe van de Dakar Rally. Wel een opgeluchte, die blij was dat hij de dag zonder kleerscheuren door was gekomen. “Ik zet er een vinkje achter en vergeet deze dag vervolgens heel snel, want leuk was het niet.”

De etappe van 406 km van Arequipa naar Moquegua bestond voor het overgrote deel uit lange paden met vieze stukken feshfesh en vooral heel veel stenen. “Alleen in het begin zaten een paar duintjes”, vertelde Lieverdink. “Dat vond ik jammer, want duinen zijn leuk. In deze etappe zaten heel veel stenen en dat vind ik juist helemaal niet leuk. Ik ben er ook niet goed in. Het was overleven vandaag.”

Wat het nog vervelender maakte, was dat juist in dat laatste deel van de etappe, waar de meeste stenenpaden lagen, de auto’s en de trucks Lieverdink hadden ingehaald. “Elke keer als er een auto voorbij komt, moet je wachten, want ze gooien zoveel stof op dat je niks meer ziet. Ze gebruiken de sentinel wel goed (een systeem dat een waarschuwingssignaal geeft als er een snellere auto of truck aan komt denderen), maar er waren niet veel uitwijkmogelijkheden. In de duinen kun je plaats maken, in een rivierbedding vol stenen is dat niet zo voor de hand liggend. En je moet opzij en wachten, want zeker als er een truck voorbij komt stormen, sta je in een muur van stof. Anderen zien jou niet meer en zelf zie je ook niks. Ik wilde niet in het stof een grote steen over het hoofd zien en crashen.”

Het opzij gaan en wachten had best veel tijd gekost, maar dat kon Lieverdink niet zoveel schelen. Hij was heel en zijn motor had ook niks. Dat was het belangrijkste. De motorrijders brengen de nacht door in het dorpje Moquegua, waar ze alleen zelf aan hun machines mogen komen. Het BAS Dakar-team is in Arequipa achtergebleven. Daar gaan de motorrijders vrijdag weer terug naar toe, in een etappe van 345 kilometer.