Maik Willems ontvangt cadeautjes met open armen

Maik Willems ontvangt cadeautjes met open armen

En hop: weer twee plaatsen winst zonder dat Maik Willems er iets voor hoefde te doen. Behalve dan zorgen dat hij zijn Bastion Toyota heelhuids aan de finish van de elfde etappe van de Dakar kreeg. In die voorlaatste etappe kreeg niemand iets cadeau: het was ouderwets buffelen over de bijna 300 kilometer lange proef.

Dat buffelen, daar houdt Willems wel van. In die zin was de etappe dus wel een cadeautje. Toch was hij na afloop in Rio Cuarto tamelijk gesloopt. “Ik was kapot na de proef. Je moest zo geconcentreerd rijden. Vanmorgen hadden we eerst een proef met allemaal mulle zandpaden en heel steil. Dan moest je steeds over zo’n topje en dan besluiten wat te doen: links, rechts of rechtdoor. Het tweede deel van de eerste proef was echt schitterend met feshfesh. ’s Morgens was hartstikke mooi met paden met ontzettend veel troep. Als je er naar keek, dan zakte je auto al weg. De hele tijd van links naar rechts en dan weer een stukje pad pakken om maar vaste grond onder de wielen te houden.”

Na een verbindingsweg die met bijna 370 kilometer nog langer was dan de special stage werd het helemaal genieten. Eigenlijk had het weinig met Dakar te maken, vond Willems, “maar het was zo’n mooie proef. Eerst moesten we een bergpas af met allemaal schitterende bergpaden. Af en toe keek je zo ver de diepte in dat ik dacht: ‘maar even niet…’ En daarna ook weer mooie en snelle paden. Het was heel stoffig, maar we hebben echt wel heel veel alleen gereden. In het laatste anderhalf uur hebben wij geen andere auto gezien. Ik vond het een superdag! Echt! Qua rijden heel afwisselend en leuk.”

Aan het eind van de rit had Willems de 31ste tijd genoteerd, en toch steeg hij naar de 26ste plaats algemeen. Vooraan in het klassement vielen twee Mini’s uit. Te hard geprobeerd nog wat verschil te maken. “We hebben vandaag geen idiote risico’s genomen. Het is zonde om het feestje nu nog te verpesten. Laten we alsjeblieft een beetje normaal doen, er is toch niet meer echt iets te winnen. Feitelijk moeten er morgen nog 25 auto’s uitvallen en dan staan we zomaar op het podium. Zo simpel is het.”