Robert van Pelt is weer thuis: Ik besef nu pas hoeveel geluk ik heb gehad

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2015_15-website_reuters.jpg

Robert van Pelt is weer thuis in Ridderkerk. Op de eerste dag dat hij mocht vliegen van de artsen van de Dakar-organisatie nam hij het vliegtuig richting Nederland. Inmiddels is wel duidelijk dat de uitdroging en oververhitting van de tweede etappe van de Dakar, nu elf dagen geleden, veel erger waren dan het zich liet aanzien. “Ik ben nog steeds maar op 70, 80 procent van mijn krachten.”

Meer dan een uur lag Van Pelt op die vijfde januari min of meer bewusteloos in de woestijn, in de brandende zon. “Het is niet te beschrijven, die hitte. Het was tegen de 50 graden, hoorde ik later. Ik kon helemaal niks meer. Terugkijkend ben ik echt blij dat ik er nog ben. Ik heb het overleefd. Er zijn er ook die het niet kunnen navertellen.”

Nu hij alles rustig kan analyseren, lijkt een verkeerde afstelling van de motor de basis van de ellende. “In de eerste etappe liep het al niet lekker. Ik vroeg ’s avonds aan de monteur of hij de afstelling kon aanpassen. Aanvankelijk vond hij dat niet nodig, maar nadat hij een rondje had gereden op mijn motor, heeft hij het toch gedaan. Wat hij precies heeft gedaan, weet ik niet, maar de volgende ochtend was het nog altijd niet goed. Maar ja, dan moet je weg, naar de start, en denk je: Ik moet het er maar mee doen.”

Gedurende de etappe en naarmate het warmer werd, begon de motor slechter te lopen. De benzine werd heet en Van Pelt stond uren stil om de boel te laten afkoelen en te proberen dingen aan te passen. “De afstelling was gewoon niet goed met die temperaturen. Ik heb me helemaal verloren staan trappen om de motor aan de gang te krijgen. Dat kostte in die hitte veel energie en ik had al snel al mijn water op. Op een gegeven moment stond ik wéér stil en heb ik via de iritrack de organisatie gebeld.”

Met zijn jas uit, zijn laarzen uit en zijn helm af wachtte Van Pelt op hulp. “Het enige wat ik nodig had, was water. Hoe en van wie deed er niet toe: ik moest water hebben. Auto’s die langs kwamen, stopten wel, maar zodra ik opstond of me zelfs maar bewoog, reden ze verder, voordat ik om water kon vragen. Op een gegeven moment zei de organisatie dat ik op de noodknop moest drukken, omdat dan de helikopter zou komen. Dat heb ik gedaan.”

Toch duurde het daarna nog minimaal anderhalf uur voordat de helikopter daadwerkelijk kwam. In die tijd ging bij Van Pelt het licht uit. “Je voelt je kracht wegtrekken. Ik kon niet eens meer mijn hoofd optillen. Op een gegeven moment ben ik buiten westen geraakt. Ergens in je onderbewustzijn merk je nog wel dingen, maar je hersens en je lijf reageren niet meer. Het was doodeng. Ik ben echt bang geweest.”

Van Pelt werd ‘wakker’ van de helikopter die naast hem landde. Hij werd in de heli gezet en daar  kreeg hij water. Bij een inderhaast opgezet verzamelpunt amper 2 kilometer verderop werd hij aan het infuus gelegd. “Mijn huid was helemaal koud, ik had amper een bloeddruk, mijn hartslag was 190. Pas na drie zakken vocht kwam ik weer een beetje bij mijn positieven. Als ik had geweten dat het maar 2 kilometer was… Dat had ik wel gered. Maar ja, was dat verzamelpunt er al toen ik buiten westen ging? Dat weet ik niet.”

Het duurde even tot het tot Van Pelt doordrong dat hij uit de race lag. “Toen ik met de helikopter naar het bivak werd gebracht in plaats van naar mijn motor, was ik boos. Ik wilde door! Pas later realiseerde ik me dat, zelfs al hadden ze me toestemming gegeven om te rijden, het echt niet kon. Mijn hele systeem heeft op zijn gat gelegen. Ik moest me nog iedere dag melden bij de medische post, heb nog dagenlang iedere dag vocht toegediend gekregen om mijn organen weer op gang te helpen. Ik moest tien liter water per dag drinken, eten kon slecht, ik ben nog steeds doodmoe. Ik ben nu op ongeveer 70, 80 procent van mijn krachten. Het duurt nog wel even voordat ik volledig ben hersteld.”

Uitvallen op de tweede dag is een teleurstelling. Van Pelt is ambitieus. Hij had zich de Dakar van 2015 anders voorgesteld. “Maar tegenover die teleurstelling staat dat ik dankbaar ben dat ik nog leef. Op de derde dag is de Poolse motorrijder Michal Hernik in de special overleden aan uitdroging en oververhitting. Vorig jaar werd de Belg Eric Palante dood naast zijn motor gevonden; hetzelfde verhaal. Ik kan het navertellen. Zij niet. Ik heb echt geluk gehad dat het met mij goed is afgelopen.”

Foto: Reuters