Sijbrand Booij: Topjob aan de finish

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2015_14-website_sijbrand.jpg

Iedere dag ziet Sijbrand Booij ze allemaal voorbij komen. En allemaal zijn ze blij dat ze hem zien. Booij staat namelijk bij iedere etappe aan de finish om de motor- en quadrijders, auto’s en trucks van het felbegeerde finishstempeltje te voorzien. “Drama, geluk; je maakt het allemaal mee.”

De 38-jarige Booij is een van de weinige Nederlanders die heeft weten door te dringen tot de Dakar-organisatie en beleeft de rally als onderdeel van het team dat de finish-cp bemant. “Ik heb een topjob,” vertelt hij. “Het is heel intensief, maar ontzettend mooi om mee te maken. Aan de finish zie je alles voorbij komen: drama, geluk. Iedereen is blij aan de finish, maar ze kunnen het niet allemaal uiten. Vooral de motorrijders niet. Die zijn vaak zo kapot, dat er geen zinnig woord meer uitkomt.”

In de eerste dagen van de Dakar 2015 moest Booij met regelmaat motorrijders ondersteunen om ze in de schaduw van de tent van het cp-team te laten bijkomen en op te lappen. “We pakken de motoren aan en verplichten ze minimaal vijftien minuten te gaan zitten om af te koelen en op adem te komen. We hebben een arts bij ons in het team, maar hebben zelf ook een verzorgende functie. Dat was die dagen wel nodig. Het was best heftig.”

Booij maakt deel uit van een team met acht Fransen en twee Spanjaarden. Zijn talenkennis – Nederlands, Engels, Frans, Duits en Spaans – waren doorslaggevend toen hij solliciteerde bij ASO. Het feit dat hij ruime ervaring heeft als navigator in diverse rally’s (bij Eelco Bekker) en dat hij als eigenaar van een evenementenorganisatiebureau ervaring heeft met regelen en organiseren, speelde zeker ook een rol.

Vorig jaar maakte Booij al van binnenuit kennis met de Dakar, toen hij mee was in de assistentie van Aart Schoones. “Toen heb ik al de eerste contacten gelegd met de organisatie. Gewoon, praatjepot, af en toe eens binnenlopen. Ik heb gevraagd wat ik moest doen om als lid van de organisatie mee te kunnen. Er werd vriendelijk gelachen: weinig kans, maar stuur maar een briefje met je cv. Dat heb ik gedaan. In de zomer werd ik gebeld door de assistente van Dakar-directeur Etienne Lavigne om aan de telefoon mijn talenkennis te testen. Twee weken later kreeg ik een uitnodiging om bij Lavigne persoonlijk in Parijs op gesprek te komen. Dat was een leuk gesprek. Gezellig zelfs. Niet veel later kreeg ik bericht dat ik was aangenomen. Toen heb ik een klein rondedansje gedaan.”

Net als voor alle leden van de Dakar-karavaan maakt Booij lange dagen. “Rond 10 uur ’s ochtends komen we aan op de plaats waar de finish is. Dan gaan we alles opbouwen en installeren: de tent, de satellietverbinding. Tot ongeveer middernacht staan we te stempelen en te stickeren. Als we klaar zijn, wordt alles in een grote bus geladen, die twee weken lang ons huis is. Onderweg naar de volgende etappe slapen we, in de bus. Over de uren slaap heb ik geen klagen. Ik denk dat ik meer uur slaap pak dan de gemiddelde Dakar-deelnemer. Een uur of acht lukt wel; zolang zijn we onderweg. Als we zijn aangekomen bij de nieuwe finish, begint het van voor af aan.”

Foto’s: Sijbrand Booij

 

gallery1 gallery1
gallery1 gallery1
gallery1 gallery1
gallery1 gallery1
gallery1 gallery1
gallery1 gallery1
gallery1 gallery1