Gaar na 9 uur en 57 minuten in de woestijn

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2014_16_ElSalvador_Dakar2014_1601_105.jpg

Frits van Eerd was hartstikke gaar. Het ritme van de elfde etappe van de Dakar beviel hem helemaal niet. Na anderhalf uur prutsen wegens de zoveelste kapotte turbo kon hij weer van voren af aan beginnen. “Die mannen in het achterveld zullen wel denken: daar heb je hem weer. En even later: daar is ‘ie alweer.”

De meningen over de koninginnenrit van de Dakar 2014 lopen nogal uiteen. Frits van Eerd vond er niks aan. Om precies te zijn 9 uur, 57 minuten en 30 seconden deed hij over de 605 kilometer van Antofagasta naar El Salvador: ruim drie uur langer dan Gerard de Rooy. Met de 25ste plaats die hem dat opleverde kon Van Eerd onmogelijk tevreden zijn.

“Daarvoor ben ik hier niet gekomen en dat is niet waarvoor ik tien uur in de woestijn lig te harken. Ik probeer te vechten voor een zo goed mogelijk resultaat. Er zullen er best genoeg zijn die daar wel blij mee zijn, maar ik niet. Ik ben zo onderhand alleen nog maar hard aan het rijden om iedere keer weer het voltallige achterveld in te halen. Daar ben ik wel klaar mee.”

Het zat ook weer niet echt mee. Van Eerd vertrok als 19de bij de start. Al na 40 kilometer stond de Jumbotruck met een kapotte turbo – de zoveelste deze Dakar. “Het begint routine te worden, de turbo vervangen. Duurt ongeveer anderhalf uur. En dan kun je opnieuw beginnen. De pistes lagen er toen al zo slecht bij, helemaal kapot gereden. Dan moet je kiezen: heel hard er overheen of de auto enigszins sparen. Het zat er een beetje tussenin.” Met onderweg ook nog een lekke band en een keertje vastzitten in de duinen, was het dus bepaald geen topdag voor Van Eerd. “Vastzitten in de duinen overkomt ons eigenlijk nooit. Het zal er wel bij horen, bij zo’n dag worstelen.”

Van Eerd zat al lang en breed aan een koude cola toen Eimbert Timmermans het bivak in El Salvador bereikte. De reddende engel van XDakar was 11 uur en 34 minuten onderweg geweest. Timmermans hielp Van Eerd met zijn turbo en Erik van Loon met een reservewiel, maar reed ondertussen zelf met een gescheurd chassis dat met spanbanden bij elkaar werd gehouden. Op lastige stukken kon ‘Timke’ niet harder dan 40, 50 kilometer per uur.