Lange dagen beginnen Hoondert parten te spelen

Dakar2014_1501_220.jpg
Ruim elf uur deed Adwin Hoondert over de tiende etappe: zes uur langer dan Gerard de Rooy. Ver na middernacht parkeerde Hoondert, totaal uitgewoond, zijn truck in het bivak van Antofagasta. Eigenlijk leverde de tiende etappe niet eens zo veel problemen op, maar vermoeidheid en de lange dagen beginnen de Zeeuwse equipe parten te spelen.

De etappe van 631 kilometer – een verbindingsroute over het asfalt van 185 kilometer meegerekend – droeg niet bij aan de feestvreugde in de cabine van de DAF. Navigator Peter van Stee zat er al het begin van de dag doorheen. “Hij was volledig van het paadje af”, constateerde Adwin Hoondert. “Waar we naar links moesten, riep hij rechts. Ik durfde er niet meer op te vertrouwen.” Het gevolg was dat Hoondert al in de eerste duinenpartij verkeerd reed en meer dan een uur bezig was om weer op de goede route te komen. En dat terwijl de duinen zelf niet eens voor zo veel problemen zorgden. “Dat ging niet snel, maar verder best goed.”

Toen de equipe eindelijk bij het einde van de eerste proef was, kort voor het begin van de asfaltweg, zagen ze de truck van Fried van de Laar liggen. Op de kant, een beetje ongelukkig, maar zonder grote schade. “Iedereen reed door. Dat vond ik niet kunnen. Dus wij zijn gestopt en hebben de auto weer overeind gezet. Eerder hadden we Tim Coronel al een poosje op sleeptouw gehad. Je moet elkaar helpen, vind ik.”

Pas om half vier ’s middags reed de DAF het asfalt op, samen met Van de Laar en Pierre Blom, die onderweg ook een hoop problemen had gehad. “We besloten met z’n drieën bij elkaar te blijven. Ik durfde ook niet alleen verder, omdat mijn navigator letterlijk de weg kwijt was. Ik had geen idee wat we nog allemaal zouden krijgen, maar in mijn eentje zag ik dat niet zitten.”

Om half negen ’s avonds – het was al donker – begonnen de drie trucks aan het tweede deel van de special: een stuk van ruim 200 kilometer over zanderige mijnbouwwegen. Voor Hoondert was het een kwestie van achter de anderen aan rijden, maar in het donker én in het stof viel dat nog niet mee. “Bijna vijf uur turen naar de rode lichtjes voor me, die ik door het stof af en toe ook niet meer kon zien. Ik werd gek van het turen. In het donker doe je er toch al dubbel zo lang over, maar als je niet weet waar je bent, is het extra vermoeiend.”

De weg volgen was toch al geen sinecure, want de sporen waren door de eerdere trucks al aardig kapot gereden. “We reden op de randjes van de piste.” En er ver overheen, zo bleek toen de wedstrijdleiding in Parijs via het trackingsysteem contact opnam om te vertellen dat de drie trucks verkeerd zaten. In het mijnbouwgebied ronddolen, vond Parijs geen goede zaak. “Ze hebben ons weer naar de route gepraat. Dat was wel aardig van ze, anders waren we nu nog onderweg geweest.”

Aangekomen in Antofagasta stond Hoondert nog een verrassing te wachten: de elfde etappe is nog zwaarder. De rit van 605 kilometer naar El Salvador, door de beruchte duinen van Copiapo, staat te boek als de koninginnenrit van deze Dakar. “Nóg zo’n dag? De langste en de zwaarste? Allemachtig. Nou ja, op hoop van zegen dan maar.”

Rond drie uur Nederlandse tijd (elf uur lokale tijd) is de starttijd van Hoondert. De verwachting is dat de equipe niet voor middernacht lokale tijd in El Salvador zal zijn. Het wordt dus weer een lange dag / nacht.