Super B-truck op de limiet

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2014_13_01_Calama_Dakar2014_1301_073.jpg

Een fluitende turbo en een motor die voortdurend tegen het kookpunt aanliep, waren voor Kees Koolen, Jurgen van den Goorbergh en Gijs van Uden het signaal dat hun Maxxis Super B-truck op de limiet van zijn kunnen reed. Met hoge snelheden, zwaar feshfesh, veel stof en de grote hoogte waren de omstandigheden in de special van de achtste etappe van de Dakar 2014 niet in hun voordeel.

De Ginaf heeft koelingsproblemen en wordt snel te warm. “Daar hebben we de hele dag tegenaan lopen hikken”, vertelde navigator Jurgen van den Goorbergh in het bivak bij Calama. “Zodra de temperatuur van de motor boven de 100 graden komt, moeten we inhouden. Toen in de laatste 100 kilometer de turbo begon te fluiten, wisten we dat we op de limiet reden. Maar de limiet van de auto is niet onze limiet. Kees kan harder en ik kan ook sneller navigeren. Dat is frustrerend en ook een beetje jammer.”

De 29ste tijd was niet het belangrijkste voor de equipe, die uitsluitend finishen als doel heeft, maar met de lange en naar verwachting pittige rit naar Iquique in het vooruitzicht had Van den Goorbergh graag wat verder naar voor gestaan. De 150 kilometer duinen die aan het eind van de etappe staan ingetekend, gaat hij liever niet pas in het donker in. Dat is, weet hij uit ervaring, vragen om moeilijkheden.

Van den Goorbergh had onderweg wat last van de hoogte. Dat begon al op de 500 kilometer lange verbindingsroute de Andes over. “Ik heb een groot deel van de liaison gereden, zodat Kees goed scherp aan de proef kon beginnen, maar ik ben er zelf niet zo fijn doorheen gekomen. Ook de proef was op hoogte; ik ben de hele dag niet lekker geweest.”

De special zelf, de eerste van deze Dakar op Chileense bodem, gaf weinig problemen. “We hebben de hele dag stuivertje gewisseld met de Ginaf van Wuf van Ginkel. Dan gingen wij hem voorbij en even later, als wij stil stonden om de motor te laten afkoelen, kwam hij ons weer voorbij”, vertelde Van den Goorbergh. “Het was een kwestie van spelen met de bandenspanning en goed opletten, want het was ontzettend stoffig.”

Dat is het in het bivak in Calama ook. “Ik hoop dat de monteurs van Ginaf Rally Service de radiateur goed kunnen schoonmaken, want over die temperatuur maak ik me wel een beetje zorgen met het oog op de duinen en de warmte daar. We hebben al een keer een kapotte turbo gehad…”

Op de spectaculaire afdaling naar de finish in Iquique – met een lengte van 3 kilometer en een dalingspercentage van 30 – verheugt Van den Goorbergh zich wel. “Die hebben we al met de motor en met de buggy gedaan. Met de truck wordt het weer een geheel nieuwe ervaring. Maar die afdaling die komt pas na 420 kilometer special, met zware duinen, dus ik ben bang dat we nog tijd zat hebben om ons daarop te verheugen.”