Adwin Hoondert geniet van ‘lekker dagje’

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2014_13_01_Calama_Dakar2014_1301_048.jpg

Na de lange maar nogal saaie rit van zondag was Adwin Hoondert een beetje bang dat hij in de achtste etappe weer 300 kilometer hobbelpaden voor de kiezen zou krijgen, maar dat viel alleszins mee. Het parkoers van de eerste special in Chili had van alles te bieden: snelle paden, maar ook rivierbeddingen, stenen, feshfesh en stukken offpiste.

“Het was echt een lekker dagje”, glunderde Hoondert, na aankomst in het winderige en stoffige bivak in Calama. “Het waren mooie, snelle paden waar je goed op het gas kon, maar waar je ook ontzettend op je bek kon gaan als je niet uitkeek. Er zaten verraderlijke stukken bij. Ik ben een paar keer met een aardige snelheid buiten het pad geschoten.”

Hoondert was aardig op weg naar een klassering bij de eerste 25, toen hij op ongeveer driekwart van de special Frits van Eerd zag staan. De auto van Hoondert is de Jumbotruck van vorig jaar, dus Hoondert kon het niet laten om niet te stoppen. “Uiteraard stop ik. Als ik stil sta met pech, hoop ik ook dat een ander voor mij stopt. Frits had de turbo kapot, maar het onderdeel dat nodig was, hadden wij ook niet bij ons. We hebben er een kwartier gestaan en ondertussen kwam iedereen weer voorbij natuurlijk, dus ik kon achteraan aansluiten. In het stof.” Hoondert finishte op de 32ste plaats; hij had vier uur nodig voor de 302 kilometer.

Hoondert had zelf weinig problemen behalve dat de banden steeds leeglopen door scheurtjes in de velgen. Pogingen om dat te repareren zijn nog op niets uitgelopen. “We hebben al geprobeerd te lassen, maar het lukt niet. Zolang mijn monteur Jacco op ’t Hof er maar lucht in blijft pompen tijdens het rijden, gaat het wel.” Desondanks kwam Hoondert met een platte band linksvoor aan in het bivak in Calama.  

Daar moest hij nog een poosje wachten op de servicetruck, die nog onderweg was. De assistentiekaravaan mocht pas een uur na de laatste deelnemer weg uit Salta om te beginnen aan de 700 kilometer over de Andes naar Chili. “Klimmen naar 5000 meter hoogte gaat niet zo snel met dat ding”, legde Hoondert uit. “Gelukkig hebben we niet veel trammelant aan de auto. En dan nog: vorige week waren er zat dagen dat ik pas na middernacht binnen was en dat die jongens véél meer werk aan de DAF hadden. De auto zal er voor de start van de negende etappe heus wel weer knap bij staan.”

Die negende etappe belooft weer een zware te worden. De proef van 422 kilometer start in de buurt van Calama, op 3000 meter hoogte, en eindigt met een spectaculaire afdaling van 3 kilometer (met een dalingspercentage van 30 procent) in het bivak van Iquique, met uitzicht op de Pacific. In de route zit 150 kilometer duinen opgenomen. “Laat die duinen maar komen. Die paden heb ik nu ook wel gezien. Die afdaling schijnt prachtig te zijn. Daar kijk ik wel naar uit. In z’n vrij zetten en laten lopen die auto.”