Warmlopende auto kost Van Loon paar minuutjes

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2014_12-Salta_Dakar2014_1201_281.jpg

Een minuut meer of minder scheelde in de achtste etappe zo een paar plaatsen. Twee plaatsen in het geval van Erik van Loon. Tegen het einde van de eerste proef op Chileense bodem liep de motor van de HRX Ford warm. Van Loon moest iets gas terugnemen en werd daardoor dertiende.

De special van 302 kilometer legde Van Loon af in 2 uur en 51 minuten; dagwinnaar Nasser Al-Attiyah deed het nog 18 minuten sneller. “Het was een snelle, maar toch wel technische proef”, vertelde Van Loon in Calama. “Gisteren was het rechttoe rechtaan, maar vandaag zat er van alles in: rivierbeddingen, stenen, feshfesh, een paar stukken offpiste. Best leuk. Niet als je achterin het veld zit overigens. Dan is alles kapot gereden en kun je er een flinke kluif aan hebben. Maar daar hebben wij geen last van.”

Van Loon begon als elfde aan de proef, na een verbindingsroute van ruim 500 kilometer over de Andes naar Chili. “De start was op 3500 meter hoogte. Dan loopt de auto niet lekker en kom ik vermogen te kort ten opzichte van bijvoorbeeld de Mini’s. Maar als je geen fouten maakt, hoeft dat geen probleem te zijn en kun je mooi je positie vasthouden. Dat was het doel van vandaag en dat leek goed te lukken, totdat in het laatste deel de motor warm liep. Ook nog geen probleem, maar daarmee verloor ik ietsje op Kaczmarski en Spinelli. Dat is jammer, want die kan ik allebei wel hebben.”

Al met al stond Van Loon helemaal niet ontevreden in de door harde wind geteisterde stofbak in Calama. “Nu hebben we het over het verschil tussen plaats 11 en 13; vorig jaar stond ik hier met een auto in de kreukels, nadat ik van een duin was gerold. Dan kunnen die paar minuutjes me niet zo veel schelen.”

Van Loon verwacht dat het, na drie relatief eenvoudige etappes, vanaf morgen weer een stuk lastiger en zwaarder wordt. “Morgen is een lange proef van 422 kilometer met aan het eind lastige duinen en niet te vergeten de afdaling naar Iquique. Dan kan het wel weer nachtwerk worden voor velen. Hopelijk niet voor ons.”