Timmermans: ‘Alsof we door een uitlaat zijn gehaald’

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2014_09_Tucuman_Dakar2014_0901_096.jpg

Aan avonturen en (dus) mooie verhalen bij Eimbert Timmermans geen gebrek. Als snelle service van het team XDakar is hij de man die onderweg de problemen moet oplossen en daardoor maakt hij altijd wat mee. “Aan het eind van de dag zien we er uit alsof we door een uitlaat zijn gehaald, maar een goede douche doet wonderen.”

Veel slaap krijgt Timmermans niet tijdens een Dakar en aangezien deze editie een bijzonder zware is, kwam de rustdag, in het Argentijnse Salta dit jaar, voor hem als geroepen. “Verder dan een uur of drie per nacht ben ik in de eerste week niet gekomen”, vertelt hij. “Het is mijn zesde Dakar en ik heb toch al een hoop ellende meegemaakt met ’s nachts door de duinen sjouwen en zo, maar ik ervaar dit als de zwaarste Dakar tot nu toe.”

Toch heeft Timmermans, tweevoudig wereldkampioen zijspancross, voor zijn doen een vrij rustige Dakar. Hij heeft onderweg de zorg voor de truck van Frits van Eerd en de auto’s van Erik van Loon, Erik Wevers en Bernhard ten Brinke. “Verder stop ik niet meer bij iedereen. Teamorders: ik moet zo kort mogelijk bij Frits blijven. Daardoor rijd ik dit jaar ook best een aardig klassement, al doet dat voor mij niet ter zake. Om kort achter Frits te blijven, moet ik echt wel doorrijden en dat maakt het voor mij ook wel weer anders dan anders. In een heel zware etappe zestiende worden: dat is gewoon leuk. Dat doet de sportman in mij goed.”

Verder voorin dan gebruikelijk merkt Timmermans goed hoe hoog het niveau is en hoe hard het werkelijk gaat. “Ik rijd veel harder dan vorige jaren, maar ik kom niet verder dan top 20. Het verwondert me ook niet hoor. Ik hoor er zo veel roepen dat ze top 10 willen rijden, maar met vijf Kamazzen, wat auto’s van De Rooy, een paar VeKa’s en Loprais is het daar ver vol. Er passen er niet meer in dan tien hè.”

Over de trucks die hij zelf bouwde – die van Frits van Eerd en van hemzelf – is Timmermans tevreden. De dingen die stuk zijn gegaan de afgelopen week, gingen stuk door eigen schuld. “En een beetje pech. Maar ook de pech lag meer aan de chauffeur en de omstandigheden dan aan de auto. Frits heeft pech gehad met lekke banden, maar hij is ook wel een beetje te wild geweest. Banden kapot, velgen kapot, de hele vooras 10 centimeter naar achter gereden… We repareren het dan wel weer, daar zijn we voor. Maar het was niet nodig geweest.”

Zelf had Timmermans alleen in de tweede etappe een akkefietje dat veel tijd kostte. Door een storing in het elektrische circuit kon hij 113 kilometer lang niet harder dan 30 kilometer per uur rijden. De bezemwagen zat hem al op de hielen. “En dan zit je na te denken en na te denken en mijn monteur Nick Verhoeven en ik hadden op hetzelfde moment hetzelfde idee. We hebben de connector van de kilometerteller los gegooid en de auto liep weer als de brandweer. De volgende dag moest ik dan wel ver naar achter starten en proberen zo snel mogelijk weer in de buurt van Frits te komen.”

Hoewel hij niet meer voor iedereen stopt en niet meer overal helpt, had Timmermans zijn handen vol. Steekasje afleveren bij Erik Wevers, Bernhard ten Brinke weer op weg helpen, Wevers naar de finish slepen, een gat in het carter provisorisch dicht maken en 100 liter motorolie bij elkaar bietsen voor Frits van Eerd. “En dan kom je toch weer laat aan in het bivak, waar ik het dan ook niet kan laten om mee te helpen de auto’s weer in orde te maken. Slapen komt er dan niet van, dus ik ben wel blij met de rustdag.”