Riche Vogels, trotse en bezorgde vader

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2014_06-SanRafael_Dakar2014_0601_197.jpg

Je kind in de Dakar hebben, is niet altijd even fijn. Riche Vogels, de vader van Hans, weet er alles van. Als lid van het BAS Dakar-team reist hij mee in de assistentiekaravaan, om te sleutelen aan de KTM van Hans maar vooral ook om er te zijn. “Iedere ochtend zeg ik tegen Hans: ‘Het maakt me niet uit wat je doet, als je maar voorzichtig bent en heel terug komt’. Ik ben trots, maar ook heel bezorgd.”

Het was Riche die, als fanatiek offroad- en endurorijder, de motorsport bij Hans met de paplepel ingoot. Hans was er als 10-jarig jochie bij toen zijn vader de Zesdaagse reed. “Toen zei hij al: ‘Dat wil ik later ook’. Hij wilde een motortje, maar op school ging het niet zo goed. Toen heb ik beloofd: ‘Als jij je best doet op school, krijg je er een’. Dat hielp, want hij ging ontzettend zijn best doen en heeft inderdaad dat motortje gekregen.”

Riche dacht lang dat motorsport voor Hans een leuke hobby was, zoals het dat voor hemzelf was. Maar Hans wilde meer. Zodra hij 18 was, ging hij enduro’s rijden op wedstrijdniveau. Riche ging met school – de mts in Eindhoven – praten om te regelen dat Hans vrij kon krijgen om meerdaagse internationale wedstrijden te rijden en hij zorgde dat de motoren van Hans in orde waren. “Overal mee naar toe en sleutelen. Eerst een Kawasaki, toen een Yamaha en later een Husaberg. Vond ik eerst helemaal niks, maar dat bleek toch wel een heel fijne motor. Hans heeft er drie jaar heel goede resultaten mee behaald.”

Niet alleen met de enduro’s stak Riche zijn zoon aan. Al vanaf de eerste Parijs-Dakar in 1978/’79 volgde Riche het evenement. Graag had hij er zelf een keer aan meegedaan, maar dat zat er financieel niet in. “Hans vond het net zo mooi als ik. Hij heeft altijd gezegd: ‘Als ik 30 ben, ga ik de Dakar rijden’. Ik geloofde daar niet zo in, want het kost een hoop geld en dat moet je maar voor elkaar krijgen. Maar zoals zo vaak, krijg Hans voor elkaar wat hij in zijn kop heeft en nu staan we hier.”

Uiteraard wilde Riche graag mee. Hij ging altijd mee naar wedstrijden, sleutelde altijd voor Hans. “Maar het moet ook kunnen. Je kunt niet zomaar mee. Er moet plaats zijn in het team, het moet passen en ik wil dan ook wat kunnen doen. Het was nog wel even spannend of dat zou lukken, maar Hans zei: ‘Zonder ons pa ga ik niet’. Dus toen was het uiteindelijk snel geregeld.”

Riche heeft het prima naar zijn zin in het BAS Dakar-team. Hij reist van bivak naar bivak in de vrachtwagen met teammanager Gert-Jan Reijnders en monteur Arno Willemsen. Zodra Hans is vertrokken, gaan zij op weg om in het volgende bivak te zijn voordat Hans daar ook weer aankomt. “Het is een fijn team, met rustige mensen. We kunnen het goed samen vinden, wat ook belangrijk is als je meer dan twee weken 24 uur per dag met elkaar optrekt. De taken zijn goed verdeeld. Arno en ik zorgen samen voor de motor van Hans. We controleren elkaars werk, zodat we altijd zeker weten dat er niets fout gaat of dat we niets vergeten. Hans is een zuinige rijder, die goed op zijn materiaal past. Heel precies ook: hij voelt het meteen als er iets niet goed is. Eén klikje verschil in de vering voelt hij al.”

Als vader de rally volgen is niet altijd even gemakkelijk. In de vrachtwagen is Riche de hele dag ongerust en bezorgd. “Ik ben heel bang. Ik weet als geen ander hoe gevaarlijk het kan zijn. Hans kan heel goed motorrijden, maar toch zit ik er de hele dag aan te denken. Ik zou het niet vanaf thuis willen volgen. Ik ben blij dat ik er hier bij ben, gewoon om er te zijn. Nu het zo goed gaat, maar ook als er iets gebeurt. Ik zeg ook iedere ochtend als hij vertrekt: ‘Het maakt me niet uit wat voor klassering je rijdt, als je maar voorzichtig bent en heel terug komt’. En dat meen ik ook. Het is toch je kind.”

Dat Hans in zijn debuutjaar al prima resultaten neerzet, zegt Riche niks. De finish halen, heel blijven en genieten van het motorrijden: daar gaat het om. “Of hij nu 15de, 35ste of 50ste wordt, dat weet over een paar weken toch niemand meer. Hans pakt dat gelukkig wel goed op. Ik geloof niet dat hij echt naar me luistert als ik zeg dat hij voorzichtig moet zijn, maar Marokko is daar wel een goede les in geweest. Hij ging daar veel te hard, probeerde bij toprijders als Frans Verhoeven in de buurt te blijven. Dat ging niet goed. Het klinkt misschien raar, maar ik ben blij dat hij daar zijn sleutelbeen heeft gebroken. Dat is een prima waarschuwing geweest.”