Maik Willems: Er ging net iets te veel mis

13_07_Leg7_586.jpg

De teleurstelling over het moeten opgeven was nog niet weg bij Maik Willems op de rustdag in Salta, maar hij kijkt al uit naar een nieuwe poging, volgend jaar. “Ik baal als een stekker, maar het heeft geen zin om te gaan zitten zeiken. Er ging nu net iets te veel mis, maar de Dakar is veel te leuk om niet terug te komen.”

De vijfde etappe, van Chilecito naar Tucuman, was te veel en te zwaar voor de Toyota. Er waren al twee dagen met mechanische ellende aan vooraf gegaan, met koelingsproblemen en een kapotte waterpomp. Al bij de start van de vijfde dag ging het mis. “Het begon met de elektronica”, vertelt Willems. “De auto sloeg steeds af en wilde niet starten. Voor we dat in orde hadden, waren we een half uur verder. Maar in de duinen gebeurde het weer en dan kost het nóg meer tijd. Het was belachelijk heet, dus iedere inspanning was te veel.”

Met een hoop vertraging wisten Willems en navigator/monteur Rob van Pelt toch hun weg te vervolgen, maar het leek of Murphy op de achterbank meereed. “Zomaar ineens brak het wiel rechts achter af. Dat sta je even raar te kijken, kan ik je verzekeren. Het bleek dat de wielbouten waren afgebroken. We hadden gelukkig reservebouten bij ons, dus we hebben de boel vastgezet, maar twee uur later gebeurde het wéér. De voorraad was niet onuitputtelijk, dus we zijn achterop de motor bij een Argentijn naar een dorpje gereden om nieuwe wielbouten te halen. Maar die pasten natuurlijk net niet. Zal je altijd zien.”

Inmiddels was het donker geworden, maar daarmee hield de ellende niet op: het licht viel uit. “En zonder koplampen in de duinen in het donker is het niet te doen. Dus weer een half uur bezig geweest.”

Met de hulp van Kornelis Offringa in de Ginaf werd op het geneutraliseerde deel van de etappe zo veel mogelijk opgelapt en om half twee ’s nachts besloten Willems en Van Pelt om toch deel twee van de proef in te gaan. “Of dat een wijze beslissing was of niet: we wilden zo graag. We hadden al gehoord dat de proef was ingekort en we hoopten dat we het daardoor nog wel konden redden. Gevoelsmatig konden we niet anders.”

Maar ook nu was het nog niet gedaan. Nog geen half uur nadat ze waren begonnen, viel de koppeling van de Toyota weg. Leiding gebroken. Willems: “Zonder koppeling kun je wel rijden met deze auto, je kunt alleen niet stoppen want dan kom je niet meer weg. Maar goed, toch geprobeerd tot om vier uur met een enorme knal wéér het achterwiel eraf vloog. Nooit meer terug gevonden trouwens.”

Het reservewiel monteren was dus de volgende stap, maar omdat ze al vier lekke banden hadden gehad, moesten die eerst gerepareerd worden. Midden in de nacht, al lang niet meer fris en fruitig, kostte ook dat weer zeeën van tijd. Toen het wiel daarna nóg een keer afbrak, vond Willems het welletjes. “We beseften dat we het niet op tijd gingen halen. We hebben Kornelis door gestuurd. Hij kon nog wel de start van de volgende etappe halen en zodoende in de wedstrijd blijven. De jongens van de Ginaf hebben alles gedaan om ons te helpen, maar zij hoefden niet het slachtoffer te worden van onze opeenstapeling van ellende.”

De Ginaf leverde de Toyota af op een verharde weg en zette daarna de achtervolging in op de wedstrijd. Twintig minuten te laat arriveerde Offringa bij de finish maar een coulante steward liet de Ginaf toch door. Na een (verplicht) bliksembezoek aan het bivak – 250 kilometer heen en over dezelfde weg weer 220 kilometer terug – startte Offringa als allerlaatste deelnemer aan de zesde proef. Die was gelukkig niet al te moeilijk en drie uur later stond de Ginaf aan de finish. Offringa, Van Eikeren en Zoetaert hadden de rustdag gehaald.

Willems en Van Pelt wisten het bivak in Salta uiteindelijk ook op eigen kracht te bereiken. “Via een paar wegwerkers zijn we aan nieuwe wielbouten gekomen en die zitten er nog steeds op. Blijkbaar waren dat wel goeie.”

Al onderweg naar Salta besloot Willems dat het weinig zin had om lang stil te staan bij wat er allemaal was gebeurd. “Het is een opeenstapeling van kleine dingen geweest, waar niemand iets aan kon doen. Alles was in principe op te lossen, maar er ging net iets te veel mis en het kostte net iets te veel tijd allemaal. Het is jammer, want de zesde etappe was niet zo moeilijk: dat hadden we wel gehaald.”

“Natuurlijk is het frustrerend als je op zulke relatief onbenullige dingetjes uitvalt, maar ik denk dat het frustrerender is als je uitvalt door iets wat je eigen schuld is. Als ik de auto ergens tegenaan had gezet, of zo. Maar we hebben geen domme dingen gedaan. We hoeven onszelf niets te verwijten. Rob en ik hebben allebei even ontzettend zitten vloeken, maar al vrij snel zaten we te praten over hoe we het volgende keer gaan aanpakken. Want ik ben nog niet klaar met de Dakar. Het is veel te leuk om het hierbij te laten. Ik heb al veel gedaan in de autosport, maar niets is leuker dan dit. Elke dag is een verrassing en een uitdaging. Dat is zo mooi.”

Maik Willems vliegt zo snel mogelijk terug naar Nederland. Rob van Pelt blijft in de assistentiekaravaan om de equipe van Kornelis Offringa te ondersteunen en uiteraard zijn zoon Robert, die op de motor meedoet.