Lange, hete dag bezorgt Jack Brouwers hoofdpijn

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2014_09_Tucuman_Dakar2014_0901_172.jpg

Met een stevige hoofdpijn kroop Jack Brouwers in zijn tentje in het bivak in Tucuman. De lange, hete dag had zijn tol geëist. Brouwers was overal te hulp geschoten met water en diesel, was ondertussen nog op zijn neus in het zand geland en deed op de koop toe uren over de verbindingsroute naar het bivak die over allerlei slingerende bergweggetjes leidde.

Dat de vijfde etappe van de Dakar met 100 kilometer was ingekort, vond Brouwers niet meer dan terecht. “Die 100 kilometer waren misschien nog niet het probleem geweest, maar dan was iedereen te laat binnen geweest. Vanaf de finish was het 240 kilometer naar het bivak, maar daar deden we uren over. Van de ene berg naar de andere, en maar draaien en slingeren. Dan heb je net een loodzware proef achter de rug, krijg je dat nog.”

Want zwaar was de vijfde etappe zeker, door het mulle zand maar vooral ook de extreme hitte. “Bizar warm”, vond Brouwers. “Het was in de cabine meer dan 50 graden. De camelbags waren leeg, met de koelboxen ging het ook heel hard. We hebben nog water gegeven aan motorrijder Richard de Groot en aan een paar quadrijders.”

Behalve water deelde Brouwers ook diesel uit, aan Martin van den Brink die zonder brandstof stond. “Dat heeft drie kwartier gekost, maar ik ga ervan uit dat we die terug krijgen vanwege het verlenen van hulp.”

Brouwers maakte onderweg exact hetzelfde mee als Van den Brink bij een afstap van een meter of drie: steil naar beneden, met de bumper van de Ginaf in het zand. Net als bij Van den Brink liep het bij Brouwers goed af. De truck sloeg net niet over en de reis kon worden vervolgd. “Maar zo was het al met al weer een enerverende dag”, besloot Brouwers. “Ik ben moe, ik heb hoofdpijn, ik duik gauw mijn tent in.”