Willems: Van dit soort dagen krijg je karakter

Dakar2014_0601_279.jpg

Een opeenstapeling van kleine en grote technische problemen heeft de tweede etappe van de Dakar Rally danig verzwaard voor het Bastion Hotels Dakar Team. Maik Willems en Rob van Pelt (foto) kwamen door die problemen met moeite door de duinen. Toch wisten ze zelfstandig, zij het op de voet gevolgd door Kornelis Offringa met de truck, het bivak in San Rafael te bereiken.

“Het leek zeker alsof we Maik op sleep hadden?”, lacht Offringa. “Mocht ie willen. Nee, we hebben Maik en Rob de hele dag niet gezien. Pas een kilometer of 20 voor de finish zagen we de Toyota staan. We hebben er water ingegooid om te koelen en zijn achter hen blijven rijden. Dat schoot totaal niet op, maar het leek ons niet zo aardig om te sentinellen dat ze aan de kant moesten.”

Ondanks dat ze elkaar onderweg niet hadden gezien, was er gedurende de dag veelvuldig telefonisch contact geweest tussen Willems in de Toyota en Offringa in de Ginaf. Willems werd geteisterd door allerhande problemen, variërend van een kapotte ruitenwisser tot een fors probleem met de koeling. “Van dit soort dagen krijg je karakter”, puft Willems. “Hier word je volwassen van. Het was het een na het ander. We hebben een heleboel nieuwe Argentijnse vrienden gemaakt: om de haverklap moesten we op zoek naar water om te koelen. En iedere keer moet je dan weer een minuut of tien wachten tot je weer heel voorzichtig verder kunt.”

Op zich ging de tweede etappe nog helemaal niet zo verkeerd, vond Willems. “Maar het was in de duinen wel lastig rijden zo, omdat we steeds vermogen tekort kwamen door die koelingstoestand. Je komt dan niet boven. Dus hup, weer terug, wachten tot ie wat is afgekoeld, water erbij en nog eens proberen. Dat kost ontzettend veel tijd zo. Maar we zijn er door gekomen en er zijn er tientallen die dat niet kunnen zeggen. Het was een echte Dakardag.”

Ook bij Offringa en zijn team ging het best aardig. Op het eerste deel van de special, een reeks lange, snelle stukken, ging de Ginaf als een speer. Bij het begin van de duinen ging het even wat minder. “We hebben een tijdje lopen klooien met het aflaten van de banden”, zegt Offringa. “Dat ging niet snel genoeg. En daarna ben ik vooral bezig geweest met wennen aan de Ginaf. In de duinen is dat een heel ander apparaat dan de veel lichtere Unimog waarmee ik de afgelopen jaren reed. De Ginaf moet je met veel meer geweld rijden in de duinen. Dat is een wezenlijk verschil. De Ginaf reageert heel anders op het gas: je moet eerder gas geven en er eerder weer af. Dat verklaart de lichte schade aan de voorkant.

“Wennen aan een auto moet je zelf doen, zelf voelen wat ie doet. Maar iedereen ging zich er tegenaan bemoeien. Op een of andere manier lijkt alles in de Dakar altijd makkelijker dan het is... We hebben een flinke pot zitten schelden en vloeken in de cabine. Wat ook niet hielp waren de telefoontjes van Maik, hoe hij zijn problemen moest oplossen. Het geeft niet, maar het haalt je wel steeds even uit je ritme. Maar nu zijn we allemaal weer vriendjes van elkaar hoor.”