Benzineprobleem Van Gerven en Van Heertum, Vogels 31e

 Dakar2014_0601_179.jpg

De Dakar komt in de buurt van de Andes en dat was in de tweede etappe al goed te merken. Zinderende hitte maakte de beruchte Grijze Duinen van Nihuil nog moeilijker dan ze al waren. Hans Vogels bracht het er van de drie BAS Dakar-rijders het beste vanaf met een 31ste plaats. Jan van Gerven en Sjors van Heertum worstelden beiden met benzineproblemen.

De 359 kilometer lange special van de etappe van San Luis naar San Rafael bestond uit twee delen: het eerste deel was snel, het tweede deel bestond uit een grote duinenpartij. Het was in het tweede deel dat Jan van Gerven in de problemen kwam. Halverwege de proef kwam hij namelijk nog met de 40ste tijd door. Middenin de duinen begon de ellende, toen Van Gerven ontdekte dat hij benzine lekte, vermoedelijk als gevolg van een verstopte carburateur. Van Gerven finishte als 91ste. Ook Sjors van Heertum kende brandstofproblemen, maar hij kon blijven rijden en kwam als 63ste over de streep.

HANS VOGELS - 31 (32)

“De eerste 120 kilometer heb ik me kapot zitten ergeren. Ik zat achter een groepje met een paar quads en motoren en kwam er maar niet voorbij. In het stof zie je twee meter en meer niet. Je kijkt tegen een muur aan. Pas toen een van de quads een navigatiefout maakte, kreeg ik vrij zicht en kon ik eindelijk een beetje doorrijden.
Ik heb ervoor gewaakt dat ik toen niet vol het gas erop gooide; ik heb het resultaat voor ogen gehouden en geen risico’s genomen.
Ik vond zelf de duinen niet echt lekker gaan, maar als ik zie hoeveel moeite anderen ermee hebben gehad, heb ik het nog niet slecht gedaan. Ik merkte daar dat ik motorritme tekort kwam, doordat ik de laatste maanden niet heb kunnen rijden. Ik heb nogal lopen hannesen: voetje aan de vloer, slingeren, paar keer bijna gevallen, paar keer opnieuw moeten proberen boven te komen. De grote duinen gingen nog wel, maar de kleine steile waren heel lastig. De motor zakte onderin al diep in het zand, zodat je niet kon doortrekken.
Na de duinen kwam er nog een rio met stenen. Dat was een gemeen stuk! Het leek vlak, door het scherpe zonlicht, maar het voorwiel sloeg alle kanten op. Je zag die stenen gewoon niet. Het was echt link, dus ik heb gas terug genomen. Morgen weer een dag, dacht ik. En uiteindelijk is het toch weer een prima resultaat. Gewoon zo doorgaan.”

SJORS VAN HEERTUM – 63 (63)

“Boven de 130 kilometer hield de motor steeds in. Vooral op de voortank. Op de achtertank ging het nog redelijk goed. Maar na de tankstop, waar ik beide tanks vol heb gegooid, hield de achtertank ermee op. Ik heb de voortank leeg gereden en met een waterflesje de benzine van de achter- naar de voortank geheveld. Zo ben ik door de proef gekomen.
Op de verbinding na de finish hield de motor ermee op. Bastiaan Nijen Twilhaar heeft me naar het bivak gesleept. De proef was wel erg mooi was trouwens. Prachtige duinen. Ik heb echt genoten, hoewel het ontzettend warm was. In het laatste deel voelde je een soort hete fohn op je gezicht. Heel onplezierig.”

JAN VAN GERVEN – 91 (88)

“Het begin was super. Ik voelde me goed en ging vanaf de start als een speer. Ik had een stuk of vijf quads voor me, maar die kon ik steeds vrij gemakkelijk inhalen. Voor de tankstop heb ik zeker een man of 25 ingehaald, onder wie ook Bastiaan Nijen Twilhaar. Eigenlijk ging het precies zoals ik het wilde.
Bij de tankstop heb ik ‘m helemaal volgegooid. Ik heb daar nog even over getwijfeld, maar met duinen weet je nooit zeker hoeveel je verbruikt, dus besloot ik beide tanks vol te gooien. 
De duinen waren keimooi. Het ging ook best goed, maar het was wel lang. Het bleef maar duren en het was hartstikke warm. Bovenop een duin ben ik even gestopt om bij publiek wat daar stond een flesje water te drinken. En daar wees iemand me erop dat mijn motor benzine lekte. Ik had bijna niks meer! Ik heb aan iedereen die langs kwam gevraagd om wat benzine – zeker veertig man – maar niemand wilde me wat geven. Bastiaan kwam weer langs, maar ook hij had bijna niks meer en durfde het risico niet aan. Het was nog 40 kilometer immers. Op de laatste druppels ben ik van de route af gereden en gaan vragen. Er kwam een local voorbij met een paard. Ik heb met handen en voeten uitgelegd dat ik benzine nodig had en hij gebaarde dat ik moest wachten. Ik kon toch geen kant op, dus dat was geen probleem. Na een kwartiertje kwam hij terug met een twee-literfles benzine! Ik kon weer op weg.
Maar twee liter was niet genoeg voor 40 kilometer, dus ik ben weer van de proef af gereden. Daar stond een jeep met toeristen en die hadden wel drie jerrycans bij zich. Ik heb de tank vol gegooid en ben naar de finish gereden. Volgens mijn monteur Bart van de Velden heeft vuil de carburateur verstopt. Hoe dat vuil daar komt, moeten we nog uitzoeken. Mijn klassement is in elk geval behoorlijk naar de kloten. Met de marathonetappe voor de boeg is dit niet gunstig. Maar goed, we zien het wel. Ik rij nog en dat kunnen er vast een heleboel niet meer zeggen. Ik verwacht dat er veel uitvallers zijn in deze etappe, want het was echt zwaar.”