Van showroom naar podium; techniek van een Dakar-auto

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2013_00-vooraf_SS13-DOSSANTOS.1464.JPGHoe kom je van een standaardauto naar een winnende auto in de Dakar Rally?

Er zijn verschillende soorten auto’s waarmee je aan de Dakar Rally kan beginnen. Afhankelijk van het budget en je sportieve ambitie heb je grofweg de keuze uit drie varianten: de aangepaste standaardauto, een prototype of een buggy. Hoeveel en waarin verschillen ze van een standaardauto? En wat vergt het om er dan ook een winnende auto van te maken?

Productieauto's

Stel, je hebt een Mitsubishi Pajero voor de deur staan. Net als vergelijkbare vierwielaangedreven modellen van andere merken, zoals bijvoorbeeld een Toyota Landcruiser,  is deze geschikt om offroad te rijden. Maar om daarmee in de Dakar Rally te kunnen starten zal je deze wel op een aantal punten moeten aanpassen.

Qua veiligheid moet je denken aan onder meer een rolkooi, racestoelen, vier- of vijfpuntsgordels, brandblussers en rijplaten voor als je vast komt te staan in het zand. Het hogere brandstofverbruik kun je oplossen door een extra of grotere tank te monteren.

Of dat genoeg is, hangt van jezelf af. Als je voorzichtig rijdt, kun je met bepaalde 4x4’s een heel eind komen. Maar wie ook nog een beetje tempo wil rijden, zal toch onderdelen als vering en dempers wat degelijker moeten uitrusten dan wat je vanuit de showroom gemonteerd krijgt. Toch zijn er veel debutanten, alsook routiniers zonder podiumambities, die bijvoorbeeld met een standaard Pajero of Landcruiser al menig Dakar Rally hebben uitgereden. Er is ook een apart klassement voor (T2), zodat er ook voor de minder gefortuneerden c.q. gesponsorden een interessant competitief element in de Dakar Rally is. Afgelopen jaar reden Egbert Wingens (Jeep) en Henk Theunissen (Dodge) met een redelijk ‘gewone’ auto naar de finish.

Prototypen

De auto’s voorin het klassement zien er van een afstandje soms zo uit als de auto uit de showroom, maar onderhuids zijn het compleet andere voertuigen. Denk bijvoorbeeld aan de Mini’s van het Duitse BMW X-raid-team. Andere prototypes lijken nauwelijks op bestaande modellen en zijn in alle opzichten puur voor de offroadsport ontworpen. Al deze auto’s rijden in de Dakar Rally in het T1-klassement.

b_468_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2013_00-vooraf_SS13-DOSSANTOS.1464.JPGLaten we weer Mitsubishi als voorbeeld nemen, aangezien vijf Nederlandse T1-auto’s in de Dakar Rally van 2012 allemaal het logo van dat merk droegen. Het laatste model tot en met de Dakar Rally van 2012 heet Racing Lancer en de basis ervan is de voormalige fabrieksauto van Mitsubishi zelf, de MRX09. Overeenkomsten met een bestaand Mitsubishi-model zal je er niet in vinden.

Toen het model in 2009 voor het eerst aan de Dakar Rally meedeed, met als rijders onder andere Stéphane Peterhansel, Luc Alphand en Nani Roma, was een van de belangrijkste onderdelen nog van Mitsubishi: de 3 liter V6-dieselmotor (260 pk). De auto behaalde in zijn eerste jaar niet de successen die zijn voorganger, de MPR 13 waar Tonnie van Deijne de afgelopen jaren mee reed, wèl behaalde. Mitsubishi bouwde er in 2010 weer een benzinemotor in, een 4 liter V6 (350 pk), maar stopte met fabriekssteun, waardoor de auto’s te koop kwamen.

De wagens werden gekocht door de Franse preparateur JMB Stradale. Erik van Loon kocht er eentje bij Stradale voor de Dakar van 2011. Met slechts een klein aantal aanpassingen reed hij een sterke Dakar Rally en finishte elfde overall.

Vorig jaar volgden de Nederlandse rallycoureurs Erik Wevers, Bernhard ten Brinke en Gert Huzink Van Loons voorbeeld, waarmee er ineens vier voormalige fabrieks-Mitsubishi’s onder Nederlandse vlag in de Dakar Rally van 2012 reden. Het in de ‘gewone’ rally tot en met het WRC zeer ervaren Wevers Sport nam de preparatie van de vier Racing Lancers en de service ervan tijdens de Dakar Rally voor zijn rekening.

Erik van Loon stond riant in de top-10 totdat hij in de laatste twee dagen door een opeenstapeling van pech en problemen werd terug geworpen naar de zestiende plaats in de eindklassering. Gert Huzink lag veertiende overall toen een crash hem in de tiende etappe moest doen opgeven. Erik Wevers lag na vijf dagen elfde, maar viel  door technische tegenslag terug en finishte als 33ste. Bernhard ten Brinke kwam uiteindelijk het verst met zijn Mitsubishi. Hij scoorde zes top-10 dagklasseringen en finishte als achtste overall in Lima.

Voor Dakar 2013 zijn de vier Nederlandse Mitsubishi’s grondig verbouwd. In verband met nieuwe reglementen, die voorschrijven dat er geen prototype motoren meer mogen worden gebruikt maar dat ook alle fabrieksauto’s moeten zijn voorzien van standaard motoren, is gekozen voor een Ford 5 liter V8 (360 pk). De auto moest daarvoor helemaal worden verbouwd. De brandstoftank werd verplaatst en uitgebreid naar maar liefst 480 liter. Ook kwam er een nieuwe Sadev sequentiële zesversnellingsbak in. En door de zwaardere motor verandert ook de gewichtsverdeling van de auto, wat weer tot andere aanpassingen – en problemen – leidde.

De eerste die er een wedstrijd mee reed was Gert Huzink in de Silk Way Rally in Rusland afgelopen voorjaar. Het was snel duidelijk dat de auto veel potentie had, maar een probleem met de benzineleiding leidde tot het geheel uitbranden van de auto.

De tweede serieuze test was de OiLibya Rally in Marokko afgelopen oktober. Deze rally, die vooral als test voor de komende Dakar werd benut, leverde voor Van Loon nog niet het gewenste resultaat met direct al pech in de eerste dagen. Bernhard ten Brinke liet echter zien waar de auto toe in staat was door een aantal top-3 dagklasseringen en een overwinning in de vijfde etappe te noteren, waarbij hij snelheden van boven de 190 km/h klokte. Maar ook Ten Brinke had te maken met problemen zoals kapotte aandrijfassen.

Winnende auto's

Wat maakt nu uiteindelijk een winnende auto voor de Dakar Rally? Om te beginnen is het niet alleen kracht en snelheid van de auto en de combinatie van coureur en navigator. Het is grotendeels de ervaring van het team, de monteurs en het aantal reserve-onderdelen dat het team meeneemt om tussen de proeven door de auto (bij de topteams ook preventief) te onderhouden en repareren. X-Raid met de Mini’s en de jaren ervaren ervoor Volkswagen met de Race Touareg bouwen iedere dag een groot deel van de auto volledig nieuw op. Op die manier sluiten ze veel risico uit en krijgt slijtage van de onderdelen nauwelijks kans.

Een ander belangrijk kenmerk van de topauto’s is dat ze maximaal gebruik maken van wat de reglementen toestaan. Denk daarbij dan aan maximaal motorvermogen en koppel en een minimaal gewicht. Het vermogen en koppel worden daarbij beperkt door een maximale toegestane omvang van de luchtinlaat. Om dat concreet te maken met cijfers: de winnende Mini woog 1900 kilogram en perste uit het BMW 3-liter dieselblok maar liefst 300 pk en 700 Nm koppel.

Het zal bij dit alles niet verbazen dat geld een belangrijke rol speelt. De ontwikkeling van een topauto is niet alleen kostbaar vanwege de technische talenten en dure materialen die er voor nodig zijn. Ook is het een kwestie van heel veel testen om te kunnen beslissen over wát die beste materialen dan zijn en vervolgens nóg meer testen om de auto ook goed af te stellen. En bij die afstelling zijn onder meer de vering, schokdempers en het motormanagement van groot belang.

Veel topteams rijden met dempers van de Nederlandse producent Reiger, die kwaliteit kunnen leveren door continu met teams op de meest slechte terreinen te testen. Zowel in Europa als in rally-raids in vooral Noord-Afrika en het Midden-Oosten wordt door de teams het hele jaar door geëxperimenteerd en getest.

Bouwpakketbuggy’s

Steeds populairder in de Dakar Rally worden de buggy’s en varianten daarop. In niets lijken deze op auto’s die je als consument kan kopen. Ze zijn vaak betaalbaarder dan de duurdere prototypes omdat ze eenvoudiger en met minder materiaal in elkaar zijn gezet. Ook zijn ze doorgaans  uitgerust met tweewielaandrijving, wat weer een extra gewichtsvoordeel oplevert. Een parallel met standaardauto’s is er eigenlijk niet. Alle buggy’s in de Dakar Rally worden speciaal voor de ofrroadsport gebouwd. En sommige daarvan zijn inmiddels zo ver doorontwikkeld dat ze meestrijden in de top-10 van het klassement, dus tussen de Mini-BMW’s, de Mitsubishi Racing Lancers en andere (ex-)fabrieksauto’s.

In Nederland worden ook verschillende buggy’s voor de Dakar Rally gebouwd. Pionier op dit gebied is Johnny Hakvoort, die met verschillende types al top-10 klasseringen heeft gescoord. Nieuwere types zijn de McRae buggy waar Tim Coronel al drie jaar de Dakar Rally heeft uitgereden en nog recenter de GoKobra-buggy, waarmee Jurgen van de Goorbergh en Kees Koolen allebei de Dakar van 2012 uitreden. Die laatste is dit jaar weer verder doorontwikkeld en zal dit jaar door Tim Coronel en Jurgen van de Goorbergh in de komende Dakar Rally worden bestuurd.

Mini en Hummer

De Mini die afgelopen jaar de Dakar won is in het echt twee keer groter dan de standaard-Mini. Met een andere body erop heette het twee jaar geleden nog een BMW X3.

b_468_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2013_00-vooraf_Mini-Hummer.jpgDe auto is zelfs groter dan de Hummer van Robby Gordon, wat op zijn beurt ook weer nauwelijks iets met een standaard-Hummer van doen heeft. De reden dat fabrieksteams het zo doen is uiteraard de uitstraling die een Dakarprestatie heeft op het merk. Direct na de Dakar Rally begin dit jaar zag je dan ook een standaard-Mini pronken in een advertentie met vermelding van de zojuist gewonnen Dakar. De realiteit is echter dat je zelfs met een Mini Countryman of een standaard Hummer waarschijnlijk al na 100 meter stilvalt in de proloog op het strand van Lima op 5 januari aanstaande.

Het Dakarparcours is geen P.C. Hooftstraat, maar de allerzwaarste beproeving die vanuit de showroom een hele lange en kostbare weg vergt om op het eindpodium te komen.