Finish Dakar een onwerkelijke ervaring voor Luc van de Huijgevoort

b_600_0_16777215_00_images_00-DAKAR_2018_0119_stage13_DKR18_01_19_053.JPG

Zo lang naar toe gewerkt en naar uitgekeken en ineens is het dan zover: de finish van de Dakar Rally 2018. Het was een onwerkelijke ervaring voor Luc van de Huijgevoort, maar het was toch echt waar. 9000 kilometer in veertien dagen tijd, temperaturen van rond het vriespunt tot boven de 40 graden Celsius, de duinen van Peru, de hoogvlakte van Bolivia, de gortdroge woestijn van Argentinië: Van de Huijgevoort kan het allemaal afvinken.

“Het is raar”, vond Van de Huijgevoort aan de eindstreep in Córdoba. “Heet onwerkelijk. De laatste kilometers waren supergaaf. Maar als ik eerlijk ben: die andere 8995 waren dat ook. Ik ben heel erg blij en trots dat ik heb gehaald.”

Dat was inderdaad geen vanzelfsprekendheid in deze Dakar, die de boeken ingaat als de zwaarste van in elk geval de laatste tien jaar. Van de 139 motorrijders die op 6 januari in Lima op het startpodium stonden mochten er slechts 85 bij het podium in Córdoba een medaille in ontvangst nemen. “In het begin ben ik wel zenuwachtig geweest en bang dat ik het niet zou halen: er mag niks gebeuren, ik mag niet uitvallen. Maar naar gelang de rally vorderde, kreeg ik er steeds meer vertrouwen in dat het wel goed zou komen. Je weet het natuurlijk nooit. In de laatste etappe heeft er nog een jongen zijn schouder gebroken. Dan besef je wel: het had ook anders gekund.”

Geen moment is Van de Huijgevoort werkelijk in de problemen geweest, maar het was wel een paar keer spannend. Vooral aan het einde van de eerste week was het even op het randje. Door een crash op dag 4 had Van de Huijgevoort wat problemen met de motor. Bij de val was een zekeringetje los gegaan en het duurde even voor hij dat had gevonden. De tijd die dat kostte, werkte door in de volgende dagen. Op dag 5 startte Van de Huijgevoort laat, moest hij lang wachten om achterblijvers op sleeptouw te nemen en daardoor kwam hij pas zo laat aan in het bivak, dat hij zonder te slapen meteen weer door moest naar etappe 6. “Voor mij was het wel oké, ik voelde me prima en had niet het gevoel dat ik in de problemen zat”, zegt Van de Huijgevoort. “Maar op zo’n moment ben je afhankelijk van anderen, de organisatie in dit geval, die beslissen of je door mag of eruit ligt. Ik heb een pak straftijd gekregen, maar dat boeit me niet. Uitrijden, daar ging het om en dat is gelukt.”

Of het bij één keer blijft, of dat hij nog een keer terugkomt, daar moet Van den Huijgevoort nog eens goed over nadenken. “Ik zeg niet bij voorbaat nee.”